ZEVEN ZUSTERS

Iedere koude, heldere winternacht wordt mijn aandacht getrokken door een speciaal plekje aan de hemel. Het is een gebiedje dat is volgepakt met heldere sterren. Als diamantjes fonkelen zij op zwart fluweel. Pleiaden is hun officiŽle naam. 'Sifunsterri' werden zij door de oude AngelsaksiŽrs genoemd. In Duitstalige landen heeft men het over 'Siebengestirn'. Ook ons 'Zevengesternte' laat er geen twijfel over bestaan: dat het gaat om zeven sterren. En toch: met het blote oog zijn er doorgaans slechts zes sterretjes op die plaats te zien.

Probeer het zelf maar eens. De Pleiaden zijn gemakkelijk te vinden doordat zij in april 's avonds boven de westelijke horizon staan, in de richting waar eerder de zon onderging. In de zomermaanden zijn ze na middernacht boven de oostelijke horizon te vinden en in de winter staan ze omstreeks middernacht hoog boven de zuidelijke horizon.

Met het blote oog zijn vrij gemakkelijk zes Pleiaden te zien. Voorwaarde is alleen dat niet rechtstreeks naar de sterren wordt gekeken, maar een beetje vanuit de hoek van het oog. Dat komt doordat het centrale deel van het netvlies in het donker minder gevoelig is dan het rondom liggende deel. Te zamen vormen die zes sterren een soort steelpan. Ze lijken daarmee op een miniatuuruitgave van het sterrenbeeld Grote Beer.

Wie hele goede ogen heeft, kan onder ideale omstandigheden meer Pleiaden zien. Michael Maestlin, de leermeester van Johannes Kepler, telde er in 1580 bijvoorbeeld elf. Dat was voor de uitvinding van de telescoop en dus een heel bijzondere waarneming. Galileo kwam in 1610 met zijn zelfgemaakte kijkertje tot 36. Met een moderne 7 x 50 verrekijker zijn al meer dan vijftig sterren te zien. De verrekijker moet dan wel zijn vastgezet op een statief, anders trilt het beeld te veel. Door een echte telescoop zijn honderden sterren te zien. Op een kaart die de sterrenkundige Wolf in 1874 vervaardigde komen 625 sterren voor. Inmiddels zijn nog zwakkere sterren gefotografeerd. Al deze sterren horen bij elkaar en vormen een 'open sterrenhoop' in ons melkwegstelsel. De afstand van de Pleiaden tot ons zonnestelsel bedraagt 410 lichtjaar.

Als er met het blote oog maar zes sterren van de sterrenhoop zijn te zien, waarom spreken we dan van het Zevengesternte? Rond 1780 v.Chr. noemden Hindoe-astrologen de sterrengroep 'Krittika'. Dat wijst op het getal zes. De Krittikas waren namelijk de zes voedsters van Skanda, de god van de oorlog. Skand nam een verschijningsvorm met zes hoofden aan, teneinde verzekerd te zijn van een betere voeding. Ook de vroege Kopten hadden het over 'hexastron', ofwel zes sterren. Pas de oude Grieken en Romeinen spraken over 'zeven zusters': de zeven dochters van Atlas en Pleione. Zij heetten Alcyone, Taygeta, Maia, Merope, Asterope, Electra en Celaeno. Om ze aan de achtervolging door de geweldige jager Orion te onttrekken, werden ze door de goden eerst in duiven veranderd en vervolgens als sterren aan de hemel geplaatst. In Japan is de sterrenhoop bekend onder de naam 'Subaru'. De zes bedrijven die in 1953 fuseerden om het gelijknamige automerk op de markt te brengen zetten, plaatsen sinds die tijd een soort sterrenkaartje van de Plejaden op hun produkt. Pas onlangs werd dit logo iets veranderd. Eťn ster staat nu verder van de andere en is ook helderder afgebeeld. Zou een van de oorspronkelijke bedrijven bezig zijn de macht weer over te nemen?



Beeldmerk van het Japanse automerk Subaru.

In de tijd dat de Pleiaden zich nog dicht bij het lentepunt bevonden (nu inmiddels opgeschoven naar het sterrenbeeld Vissen), kwam de sterrenhoop spoedig na de lente op. De weerkundig onrustige winter in het Middellandse Zeegebied was dan voorbij en de schippers konden weer uitvaren. Zo gingen de Pleiaden een rol spelen bij de indeling van het jaar: lente bij opkomst van de sterrenhoop 's ochtends, herfst bij het opkomen 's avonds. Ook in PolynesiŽ verdeelden schippers het jaar zo in twee helften: Matarii i nia (Pleiaden boven) en Matarii i raro (Pleiaden onder). Bij de opkomst 's avonds werd in Europa het dodenfeest gevierd. Dat is nu nog bewaard gebleven in de kerkelijke feestdagen Allerheiligen en Allerzielen, op 1 en 2 november.

Tekst: Carl Koppeschaar
Foto: David Malin


Terug naar ASTROTEKST


Terug naar ASTRONOMIE
Terug naar ASTRONET's home page